Skip to content

Loonsanctie voorkomen: veelgemaakte fouten in het tweede spoor (en hoe UWV toetst)

HR-adviseur en medewerker in gesprek aan tafel over het re-integratiedossier en het tweede spoor

Een loonsanctie in het tweede spoor voorkom je door op tijd een adequaat tweede-spoortraject te starten, met een vooraf schriftelijk vastgelegd plan dat uitgaat van een persoonsprofiel en een beredeneerd zoekprofiel, en door elke stap aantoonbaar vast te leggen. UWV toetst bij de WIA-aanvraag aan de hand van het re-integratieverslag of je als werkgever genoeg hebt gedaan. Is dat niet zo en heb je daar geen deugdelijke grond voor, dan moet je het loon maximaal 52 weken langer doorbetalen (artikel 25, negende lid, Wet WIA). Een tekortkoming in spoor 2 is lang niet altijd onwil: ook een te late start, een te passief traject of een dossier waarin niet terug te vinden is wat er is gedaan, kan tot een loonsanctie leiden.

Wat is een loonsanctie?

Een loonsanctie is een verlenging van de periode waarin de werkgever het loon van een zieke werknemer moet doorbetalen. UWV legt die op als de re-integratie-inspanningen zonder deugdelijke grond onvoldoende zijn geweest. Officieel heet het een verlengde loondoorbetalingsverplichting. De grondslag is artikel 25, negende lid, van de Wet WIA; de verlenging duurt ten hoogste 52 weken.

  • De verlenging komt bovenop de reguliere loondoorbetaling van 104 weken.
  • Tijdens de verlengde loondoorbetaling mag je de werknemer niet ontslaan.
  • De re-integratieplicht loopt door, ook richting werk bij een andere werkgever: artikel 7:658a BW verwijst daarvoor expliciet naar de periode van artikel 25, negende lid, WIA.
  • Het doel is herstel. In de beslissing staat welke tekortkomingen UWV ziet en wat je moet doen om ze te repareren.

Hoe toetst UWV het tweede spoor?

UWV toetst achteraf, op basis van het re-integratieverslag (RIV) dat met de WIA-aanvraag wordt ingediend, uiterlijk in de 93e ziekteweek. De arbeidsdeskundige van UWV kijkt eerst of het dossier compleet is en beoordeelt daarna de inhoud, in een vaste volgorde (Werkwijzer Poortwachter, paragraaf 10.1):

  1. Is er een bevredigend re-integratieresultaat?
  2. Zo nee: zijn de re-integratie-inspanningen voldoende?
  3. Zo nee: is daar een deugdelijke grond voor?
  4. Zo nee: kunnen de tekortkomingen nog worden hersteld?

Bij de inspanningen loopt UWV drie vragen langs: is het eigen werk (eventueel met voorzieningen) geschikt te maken, is er ander passend werk binnen de organisatie, en is spoor 2 tijdig en adequaat ingezet?

Een tweede-spoortraject is adequaat als het bestaat uit een logisch samenhangende reeks activiteiten die de afstand tussen het persoonsprofiel en het zoekprofiel van de werknemer zo snel en zo veel mogelijk verkleint. Het plan wordt vooraf schriftelijk vastgelegd en bevat ten minste een persoonsprofiel, een beredeneerd zoekprofiel en een overzicht van rapportagemomenten. Belangrijk: de bewijslast ligt bij de werkgever. Wat niet in het dossier staat, kan UWV niet meewegen.

Welke fouten in het tweede spoor kunnen tot een loonsanctie leiden?

De Werkwijzer Poortwachter noemt onder meer een niet of te laat ingezet spoor 2 en een traject dat niet adequaat is als tekortkoming. Concreet gaat het om fouten als deze.

1. Te laat starten

Spoor 2 moet starten zodra er geen zicht meer is op structurele hervatting bij de eigen werkgever, en uiterlijk binnen zes weken na de eerstejaarsevaluatie (in de 52e ziekteweek). Alleen als er binnen drie maanden concreet perspectief is op structurele hervatting binnen de eigen organisatie, mag spoor 2 achterwege blijven. Ontstaat er pas na de eerstejaarsevaluatie belastbaarheid, dan mag er maximaal acht weken zitten tussen het vaststellen daarvan en de start van de activiteiten. Hoe je dat per ziekteweek plant, lees je in de tijdlijn voor het tweede spoor.

2. Geen schriftelijk plan, persoonsprofiel of zoekprofiel

Een traject dat begint met “we gaan solliciteren”, zonder vooraf vastgelegd plan, is moeilijk te verdedigen. In een uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland (januari 2026) oordeelde de rechter dat het wijzen op een paar vacatures, zonder persoonsprofiel en zonder re-integratieplan, “weinig tot niets” te maken had met een adequaat tweede-spoortraject.

3. Een zoekprofiel dat niet past bij de belastbaarheid

Voor de beperkingen gaat het persoonsprofiel uit van wat de bedrijfsarts heeft vastgesteld. Het zoekprofiel is een beredeneerde opsomming van branches, functies of werkzaamheden waarin de kans op succes het grootst is. Zoeken naar functies die niet bij de belastbaarheid passen, of alleen naar het oude vak, maakt het traject kwetsbaar. Is er nog geen FML? Lees dan welke stappen je wél kunt zetten in het tweede spoor zonder FML.

4. Een passief traject

Een cv opstellen en af en toe een vacature doorsturen is nog geen logisch samenhangende reeks activiteiten. Denk aan oriëntatie, het trainen van vaardigheden, netwerken, jobhunting, werkervaringsplekken of een proefplaatsing, in een volgorde die de afstand tot werk aantoonbaar verkleint.

5. Niet bijsturen als de situatie verandert

Om adequaat te blijven, moet het traject direct worden aangepast als de situatie daar aanleiding toe geeft. Stelt de bedrijfsarts een andere belastbaarheid vast, informeer dan meteen de re-integratiecoach. Mislukt een traject, evalueer dan ten minste met de bedrijfsarts of arbodienst en zoek uit welke mogelijkheden er nog zijn. Blijf ondertussen ook de mogelijkheden binnen de eigen organisatie onderzoeken.

6. Uitbesteden en loslaten

Schakel je een re-integratiebedrijf in, dan blijf je als werkgever eindverantwoordelijk. UWV accepteert inadequaat handelen van een ingeschakelde dienstverlener niet als deugdelijke grond, ook niet als die dienstverlening via een verzuimverzekering loopt. Lees de voortgangsrapportages dus en grijp in als het traject stilvalt.

7. Een dossier dat het verhaal niet vertelt

UWV vormt zich een beeld op basis van de stukken. Ontbreken er documenten, dan krijg je eerst vijf werkdagen om ze aan te vullen; lukt dat niet, dan volgt een verlenging van de loondoorbetaling. Ook een compleet RIV waarin de inspanningen niet inzichtelijk zijn, kan tot een loonsanctie leiden. Zorg dat naast de vaste RIV-onderdelen ook het tweede-spoorplan, de voortgangsrapportages en een eindrapportage in het dossier zitten.

8. Niet ingrijpen bij stagnatie of als de werknemer niet meewerkt

Werkt de werknemer niet mee, dan ben jij als werkgever tijdens de eerste 104 weken verantwoordelijk voor het nemen van passende maatregelen. Loopt het traject vast of verschillen jullie van mening over wat passend is, vraag dan een deskundigenoordeel aan bij UWV.

Casemanager en re-integratiecoach nemen samen het tweede-spoorplan en de planning door

Vraag een tweede-spoorofferte aan

Wat telt niet als deugdelijke grond?

Een deugdelijke grond is een gerechtvaardigde reden waarom je in een specifieke situatie onvoldoende re-integratie-inspanningen hebt geleverd. UWV vraagt je die reden goed te motiveren. Deze argumenten houden volgens de Werkwijzer Poortwachter meestal geen stand:

Argument van de werkgever Hoe UWV ernaar kijkt
“Het traject was te duur.” Alleen verdedigbaar als je onderbouwt welke inspanningen nodig waren, wat ze kostten en waarom er geen goedkoper adequaat alternatief was.
“De verzekeraar vergoedt het niet.” Geen deugdelijke grond. Je moet re-integreren voor zover dat, gelet op je financiële mogelijkheden, redelijkerwijs van je verwacht kan worden.
“Het re-integratiebedrijf of de arbodienst schoot tekort.” Geen deugdelijke grond. Ingeschakelde deskundigen werken onder jouw verantwoordelijkheid.
“We hebben geen passend werk.” Niet zonder overzicht van de functies in je organisatie en per functie de onderbouwing waarom die niet geschikt is of geschikt te maken is.

Hoe voorkom je een loonsanctie in het tweede spoor?

Met deze checklist houd je het tweede spoor toetsbaar:

  • Leg bij de eerstejaarsevaluatie vast of er binnen drie maanden concreet perspectief is op structurele hervatting in de eigen organisatie. Zo niet, start spoor 2 binnen zes weken.
  • Laat een schriftelijk tweede-spoorplan opstellen met persoonsprofiel, beredeneerd zoekprofiel, activiteiten, tijdsbeslag en rapportagemomenten, en laat de werknemer ermee instemmen.
  • Baseer het zoekprofiel op de belastbaarheid volgens de bedrijfsarts en pas het aan als die verandert.
  • Plan concrete activiteiten richting werk, lees elke voortgangsrapportage en stuur tijdig bij.
  • Vraag bij twijfel of stagnatie een deskundigenoordeel aan, vóór de WIA-aanvraag.
  • Controleer vóór de 93e week of het re-integratieverslag compleet en actueel is, inclusief eindrapportage.

Best Match begeleidt tweede-spoortrajecten met een trajectplan waarin het persoonsprofiel en het zoekprofiel zijn uitgewerkt, en met rapportages die in het re-integratiedossier passen. Een coach met het passende specialisme begeleidt de werknemer naar ander werk. Hoe dat in stappen gaat, lees je bij onze werkwijze. Twijfel je welke begeleiding nodig is, lees dan ook re-integratiecoach of loopbaancoach.

Wat kun je doen als je toch een loonsanctie krijgt?

  1. Lees de beslissing goed. UWV benoemt alle tekortkomingen die het ziet, en wat je moet doen om ze te herstellen.
  2. Overweeg bezwaar. Ben je het niet eens met de beslissing, dan kun je bezwaar maken binnen de termijn die in de beslissing staat.
  3. Begin direct met herstel. Is spoor 2 te laat of niet gestart, dan volstaat soms het opstarten van een adequaat traject, bijvoorbeeld als de late start een plausibele medische reden had. Is er zonder deugdelijke grond te lang gewacht, dan verlangt UWV dat je het traject afrondt, met een eindrapportage.
  4. Dien een bekortingsverzoek in zodra de tekortkomingen zijn hersteld, via het werkgeversportaal bij ‘Uploaden RIV-documenten’, met per onderdeel wat je hebt gedaan. UWV beslist binnen drie weken. Wordt het verzoek gehonoreerd, dan eindigt de verlengde loondoorbetaling zes weken na die beslissing.
  5. Geen mogelijkheden door ziekte? Heeft de werknemer om medische redenen ten minste drie maanden geen mogelijkheden om te werken en is onduidelijk of dat daarna verandert, dan kun je vragen de verlenging te beëindigen, met een bijgestelde probleemanalyse en/of een bijgesteld actueel oordeel.

Veelgestelde vragen

Hoe lang duurt een loonsanctie?

Maximaal 52 weken. Herstel je de tekortkomingen eerder en honoreert UWV je bekortingsverzoek, dan eindigt de verlengde loondoorbetaling zes weken na die beslissing.

Krijg ik een loonsanctie als het tweede spoor geen nieuwe baan oplevert?

Niet automatisch. UWV kijkt eerst naar het resultaat en daarna naar de inspanningen. Is er geen bevredigend resultaat, maar heb je wel voldoende en adequate inspanningen geleverd, dan volgt geen loonsanctie.

Ben ik verantwoordelijk als het re-integratiebureau steken laat vallen?

Ja. Ingeschakelde deskundigen werken onder jouw verantwoordelijkheid, ook als de dienstverlening via een verzuimverzekering loopt. Volg daarom de rapportages en stuur bij waar nodig.

Kan een deskundigenoordeel een loonsanctie helpen voorkomen?

Het kan houvast geven. Een deskundigenoordeel is een advies, maar UWV gebruikt het bij de beoordeling van het re-integratieverslag en wijkt er in principe niet van af, tenzij het evident onjuist blijkt of er nieuwe feiten zijn. Vraag het aan vóór de WIA-aanvraag.

Mag ik de werknemer ontslaan tijdens een loonsanctie?

Nee. Tijdens de verlengde loondoorbetaling mag je de werknemer niet ontslaan. Gebruik die periode om de tekortkomingen te herstellen; ook de re-integratie, inclusief spoor 2, loopt door.

Laatst bijgewerkt: 20 oktober 2026


Bronnen

Wil je zeker weten dat je tweede spoor op koers ligt?

We kijken graag met je mee naar het dossier en de volgende stap: bel 085-0876507 of plan een vrijblijvende kennismaking.

Plan een kennismaking