Skip to content

Wanneer moet je starten met het tweede spoor? De tijdlijn per ziekteweek

Je moet het tweede spoor starten zodra er geen zicht meer is op structurele werkhervatting bij de eigen werkgever, en uiterlijk binnen zes weken na de eerstejaarsevaluatie in de 52e ziekteweek. Alleen als er binnen drie maanden concreet perspectief is op hervatting in eigen, aangepast of ander passend werk binnen de organisatie, mag je spoor 2 na die evaluatie nog achterwege laten. Die kaders komen uit de Wet verbetering poortwachter en de Werkwijzer Poortwachter van UWV. Voor HR en casemanagers betekent dit: niet wachten tot week 52 “omdat het zo hoort”, maar eerder handelen zodra intern perspectief wegvalt.

Wat is het tweede spoor?

Het tweede spoor is re-integratie naar passend werk bij een andere werkgever. Spoor 1 blijft gericht op terugkeer in eigen, aangepast of ander werk bij de huidige organisatie. Spoor 2 komt in beeld wanneer dat structureel niet meer lukt.

De wettelijke basis is helder: de werkgever moet de re-integratie van de zieke werknemer bevorderen, óók in ander passend werk bij een andere werkgever (artikel 7:658a BW). UWV spreekt van een eerste-spoortraject bij de eigen werkgever en van een tweede-spoortraject wanneer de zoektocht zich buiten het bedrijf richt — bijvoorbeeld via een nieuwe werkgever, detachering of (in sommige gevallen) het starten van een eigen bedrijf.

In de praktijk lopen beide sporen vaak naast elkaar. Ook als spoor 2 loopt, blijft de plicht bestaan om te kijken of er alsnog passend werk binnen de eigen organisatie ontstaat.

Wanneer moet je starten met het tweede spoor?

Volgens UWV start het tweede spoor zodra er geen zicht meer is op structurele werkhervatting bij de eigen werkgever. Dat moment kan vóór de 52e ziekteweek liggen. Daarnaast geldt een harde uiterste termijn: uiterlijk binnen zes weken na de eerstejaarsevaluatie (rond de 52e verzuimweek) moet een adequaat tweede-spoortraject zijn gestart.

Uitzondering: na de eerstejaarsevaluatie mag spoor 2 achterwege blijven als er binnen drie maanden een concreet, onderbouwd perspectief is op structurele hervatting binnen de eigen organisatie — in eigen, aangepast of ander passend werk dat zo dicht mogelijk aansluit bij de functionele mogelijkheden van de werknemer.

Bronnen: UWV over spoor 1 en 2, UWV over de eerstejaarsevaluatie en de Werkwijzer Poortwachter (UWV).

Voor HR is de praktische vertaling: documenteer waarom er (nog) wel of geen intern perspectief is, en leg de starttermijn vast in het Plan van aanpak of de evaluatie. Twijfel je? Laat een arbeidsdeskundige of re-integratiepartner meedenken — liever een week te vroeg dan zes weken te laat.

Hoe ziet de tijdlijn per ziekteweek eruit?

Onderstaande tijdlijn is bedoeld als handvat voor werkgevers en HR. Exacte stappen hangen af van belastbaarheid, bedrijfsartsadvies en de situatie in spoor 1. Gebruik hem als checklist, niet als starre kalender.

Week 0–6: ziekte melden, probleemanalyse en Plan van aanpak

In de eerste weken ligt de focus op herstel, contact en de start van de Poortwachter-procedure: probleemanalyse en Plan van aanpak. Spoor 2 is hier meestal nog niet aan de orde, tenzij al meteen duidelijk is dat terugkeer in eigen of aangepast werk structureel onmogelijk is. Noteer wel signalen die later relevant worden: lange prognose, geen aangepaste taken, of een functie die fysiek of mentaal niet meer past.

Week 6–52: spoor 1 intensiveren en vroegtijdig spoor 2 overwegen

Dit is de fase waarin de meeste organisaties vooral in spoor 1 blijven: aangepast werk, urenopbouw, interne herplaatsing. Tegelijk is dit hét moment om eerlijk te toetsen of structureel perspectief bij de eigen werkgever realistisch blijft. Als dat perspectief wegvalt — bijvoorbeeld na een arbeidsdeskundig onderzoek of een herbeoordeling van de bedrijfsarts — mag en moet je eerder starten met spoor 2. Wachten tot week 52 is geen verplichting; het is een uiterste grens.

Praktische HR-vragen in deze fase:

  • Is er binnen afzienbare tijd echt passend werk binnen de organisatie?
  • Staat dat perspectief zwart op wit (functie, uren, startdatum, onderbouwing)?
  • Of is “we kijken nog even” eigenlijk uitstel zonder inhoud?

Rond week 52: eerstejaarsevaluatie en de zeswekensprint

Rond de 52e ziekteweek volgt de verplichte eerstejaarsevaluatie. Werkgever en werknemer kijken terug én vooruit: wat is er gedaan, wat werkt (niet), en wat is het plan voor het tweede ziektejaar?

Is er géén zicht op structurele hervatting bij de eigen werkgever? Dan moet het tweede spoor uiterlijk binnen zes weken na die evaluatie van start. Alleen bij concreet perspectief op hervatting binnen drie maanden mag je spoor 2 nog uitstellen — en dat perspectief moet je kunnen onderbouwen.

Gebruik deze weken om: het Plan van aanpak bij te stellen, een re-integratieplan voor spoor 2 te laten opstellen (persoons- en zoekprofiel), en een trajectpartner te selecteren. Hoe sneller de intake, hoe sneller er zichtbare activiteiten in het dossier staan.

Na week 52: spoor 1 én 2 parallel, richting week 104

In het tweede ziektejaar lopen spoor 1 en spoor 2 vaak parallel. Spoor 1 stopt niet automatisch: als er alsnog passend werk ontstaat binnen de organisatie, blijft herplaatsing verplicht zolang het dienstverband loopt. Spoor 2 richt zich op werk buiten: coaching, jobhunting, solliciteren, eventueel omscholing of een proefplaatsing.

Rond week 88–91 volgt de WIA-aanvraagvoorbereiding. UWV beoordeelt dan het re-integratieverslag. Een late of mager gedocumenteerde start van spoor 2 valt in die beoordeling meteen op.

Wanneer eerder starten dan verplicht?

Eerder starten is vaak verstandig — niet omdat de wet dat per se eist, maar omdat de kans op een duurzame plaatsing groter is als er nog genoeg re-integratietijd resteert. Overweeg een vroegere start wanneer:

  • arbeidsdeskundig onderzoek of de bedrijfsarts concludeert dat terugkeer in eigen of aangepast werk niet realistisch is;
  • er binnen de organisatie geen passend werk is of komt (geen vacatures, geen uren, geen aangepaste taken);
  • de werknemer zelf wil oriënteren op werk elders en spoor 1 weinig oplevert;
  • de belastbaarheid wel ruimte biedt voor externe activiteiten, maar intern niets past;
  • je wilt voorkomen dat spoor 2 pas in week 58–60 “echt” op gang komt.

Een vroegere start betekent niet dat je spoor 1 opgeeft. Het betekent dat je werknemer meer tijd krijgt om passend werk elders te vinden — en dat jouw dossier aantoont dat je actief hebt gehandeld.

Wat als je te laat start?

Start je te laat of te mager, dan loopt de werkgever het risico dat UWV bij de beoordeling van het re-integratieverslag oordeelt dat de re-integratie-inspanningen onvoldoende zijn. UWV kan dan een loonsanctie opleggen: verlenging van de loondoorbetalingsplicht. Bron: UWV over de beoordeling van het re-integratieverslag.

“Te laat” is niet alleen een datum. Het gaat ook om inhoud: een tweede spoor dat alleen op papier staat, zonder zoekprofiel, zonder activiteiten, zonder voortgangsrapportages, weegt weinig. Voor HR is de checklist simpel:

  1. Is de starttermijn gehaald (of is de uitzondering van drie maanden aantoonbaar onderbouwd)?
  2. Is er een concreet plan met activiteiten en termijnen?
  3. Zijn de stappen vastgelegd in het re-integratiedossier?

Twijfel je of jullie dossier stevig genoeg is? Laat een deskundige meekijken voordat de WIA-fase begint. Dat is goedkoper dan een loonsanctie — en prettiger voor de werknemer, die eerder perspectief krijgt.

Veelgestelde vragen

Mag ik het tweede spoor starten vóór de 52e ziekteweek?

Ja. UWV zegt expliciet: start zodra er geen zicht meer is op structurele hervatting bij de eigen werkgever. Week 52 is de uiterste peildatum via de eerstejaarsevaluatie, geen startdatum die je altijd moet afwachten.

Wat is de uitzondering van “binnen drie maanden hervatting”?

Na de eerstejaarsevaluatie mag spoor 2 achterwege blijven als er binnen drie maanden concreet perspectief is op structurele werkhervatting binnen de eigen organisatie (eigen, aangepast of ander passend werk). Dat perspectief moet concreet en onderbouwd zijn — niet alleen een vage hoop.

Blijft spoor 1 lopen als spoor 2 start?

Ja. Zolang het dienstverband bestaat, blijft de werkgever verplicht te kijken naar herplaatsing binnen de eigen organisatie als die mogelijkheid alsnog ontstaat. Spoor 1 en spoor 2 lopen vaak parallel (“tweesporenbeleid”).

Wie helpt bij de uitvoering van het tweede spoor?

Werkgever en werknemer zijn samen verantwoordelijk. In de praktijk schakelen veel organisaties een re-integratiebureau of tweede-spoorcoach in voor begeleiding, jobhunting en rapportages. De arbodienst of een arbeidsdeskundige kan adviseren over het juiste moment.

Wat als de werknemer niet wil meewerken?

De werknemer heeft een meewerkplicht aan re-integratie. Bij weigering van passend werk of van redelijke re-integratie-inspanningen kan de werkgever (onder voorwaarden) loonmaatregelen nemen. Leg afspraken en weigeringen zorgvuldig vast; bij twijfel raadpleeg je jurist of arbodienst.

Hoe past casemanagement hierin?

Goed casemanagement bewaakt de Poortwachter-tijdlijn, signaleert vroegtijdig dat intern perspectief wegvalt, en zorgt dat spoor 2 tijdig en aantoonbaar start. Dat voorkomt verrassingen rond week 52 én rond de WIA-aanvraag.

Klaar om tijdig te starten?

Wacht niet tot de zes weken na de eerstejaarsevaluatie bijna om zijn. Heeft u een werknemer bij wie terugkeer in eigen werk structureel niet meer lukt — of nadert de 52e ziekteweek zonder helder intern perspectief? Vraag dan een vrijblijvende offerte aan. Best Match begeleidt tweede-spoortrajecten met een vaste coach, een helder zoekprofiel en rapportages die horen in uw re-integratieverslag. Zo voldoet u aan de Poortwachter-eisen én geeft u uw werknemer eerder weer perspectief op passend werk.

Meer weten over onze aanpak? Bekijk ook onze werkwijze of de pagina over het tweede spoortraject.

Bronnen